Een vorm van psychotherapie ontwikkeld door A. Beck, uitgaande van het idee dat de manier waarop iemand zijn ervaringen structureert en interpreteert, bepalend zal zijn voor de stemming en het gedrag. Alles in een negatief licht zien zou de oorzaak zijn van negatieve gevoelens en gedragingen.
Deze therapie begint met een onderzoek naar gedachten, gevoelens en gedrag, die van invloed zijn op het welzijn. De 5 G-‘s, de vragenlijst die hierbij kan helpen, bestaat uit
G1: Gebeurtenis
G2: Gedachten
G3: Gevoelens
G4: Gedrag
G5: Gevolg
Op je werk wordt je tijdens een vergadering door een collega op een fout gewezen. Je denkt dan misschien dat je collega jou voor schut wil zetten. Je voelt hoe je trilt van boosheid. Je reageert met je collega te vertellen wat hijzelf fout heeft gedaan. Het gevolg is dat jij en je collega worden weggestuurd.
Het kan ook zijn dat je denkt, dat je ook altijd alles fout doet, dat drukt als een steen op je maag en je voelt je moedeloos en onzeker. Je besluit dat je voortaan niet meer naar de vergaderingen gaat. Het gevolg is dat je in een isolement terecht komt.
Dit is vast niet wat jij in deze vergadering wilde bereiken. De uitdaging is nu om te kijken hoe je je gedachten kunt vervangen door andere helpende gedachten, die je een positief gevoel geven en tot gewenst gedrag leiden, met goed gevolg.
Cognitieve gedragstherapie wordt onder andere gebruikt bij het chronisch vermoeidheidssyndroom, seksuele problemen, vermoeidheid na kanker, depressie, angst, fobie, paniekstoornis, onzekerheid, obsessief compulsieve stoornis, piekeren, agressief gedrag, verslaving. Door gedachten en / of gedrag te veranderen, verandert het gevoel en het gevolg.