Artikel 1 Wat is een burnout?

Wat is een burnout?

Burnout betekent zoiets als opgebrand. Iemand die een burnout heeft, heeft jarenlang roofbouw gepleegd op zijn lichaam en geest. Een lange tijd van overbelasting, frustraties en stress (vooral door werk, soms in combinatie met de thuissituatie) eist zijn tol: iemand raakt zo uitgeblust dat rust niet genoeg is om weer in balans te komen.

Een burnout groeit geleidelijk, maar de persoon ziet de voortekenen pas als het te laat is. Hij merkt dat hij uitgeput is op het moment dat hij ‘opeens’ niks meer kan.

Een burnout gaat pas over als de oorzaak weg is. Dat betekent dat u een andere werkhouding moet aannemen of misschien zelfs een andere baan moet zoeken.

Tien procent van de werkende bevolking in Nederland heeft last van burnout-verschijnselen. Mensen met een sociaal beroep, zoals leerkrachten en verpleegkundigen, zijn het meest kwetsbaar voor burnout; mensen die buiten werken lopen de minste kans om opgebrand te raken.

Burnout lijkt veel op overspannenheid. Het verschil ligt in de ernst van de opgebrandheid. Overspannenheid ontstaat na een korte periode van overbelasting en is meestal rechtstreeks te koppelen aan een stressvolle situatie, zoals een echtscheiding of extra drukte doordat een collega met zwangerschapsverlof is. Overspannenheid zit minder diep dan een burnout en is sneller te genezen.

Verschijnselen van burnout

Mensen die een burnout krijgen, zijn vaak harde werkers met een groot plichtsbesef. Omdat ze graag goed hun best doen, zijn zij wel de laatsten om naar de waarschuwingen van hun lichaam te luisteren. Ze stomen gewoon door en negeren hun vermoeidheid, concentratieproblemen en andere voortekenen van stress.

Als de burnout zich openbaart, voelen mensen zich door-en-door-vermoeid. Ze hebben hoofdpijn en last van hun maag en darmen. Ze eten slecht, slapen slecht, hebben hartkloppingen, een hogere bloeddruk en pijn in de nek en onder in de rug.

Mensen met een burn out zijn vaak heel emotioneel. Ze huilen snel, voelen zich opgejaagd en zijn snel geïrriteerd. Ze piekeren veel, genieten niet meer, worden lusteloos en besluiteloos. Concentreren is moeilijker, ze hebben minder zelfvertrouwen en lijden onder het gevoel dat alles op hun schouders neerkomt. Verder klagen ze over depressie, vergeetachtigheid, besluiteloosheid, weinig zin in seks en een wazig gevoel in hun hoofd.

Op het werk en thuis komt er minder uit hun handen. Het werk dat ze doen, doen ze minder goed en dat beseffen ze wel degelijk. Daardoor leggen ze nóg meer druk op zichzelf en raken gefrustreerd. Ze verliezen het overzicht, maken zich druk over kleine dingen. Ze melden zich vaker ziek en nemen minder initiatief. Sociale contacten worden minder; ook sluiten ze zich vaak af voor hun partner en zoeken soms ontspanning in steeds meer roken, drinken en in het gebruik van slaapmiddelen.

Fasen van burnout

Een burnout ontwikkelt zich volgens een vast patroon: eerst is er een (jaren)lange periode van langzaam ziek worden, daarna volgt de uitputting. In die fase wordt meestal hulp gezocht. Uiteindelijk volgt een periode van herstel. Hoe lang de periode van herstel duurt, hangt af van hoe lang iemand zichzelf overbelast heeft.

Ziek worden

A) Een burnout begint meestal met het gevoel ‘tegen de klok te moeten werken’. De persoon merkt dat hij zich meer moet inspannen voor hetzelfde resultaat. De tegenzin om naar het werk te gaan groeit, en hij neemt steeds meer werk mee naar huis. Hij krijgt steeds meer ruzie op het werk en er ontstaan ook thuis spanningen.
B) Iemand wordt ontevreden met het werk dat hij levert. Hij stelt steeds hogere eisen aan zichzelf en kan het werk helemaal niet meer loslaten. Hij gunt zich geen ontspanning meer, ondanks dat hij zich steeds uitgeputter gaat voelen. Hij gaat slechter slapen en meer fouten maken. Hij gaat zich vijandig gedragen en andere mensen vermijden. De eerste lichamelijke klachten treden op.
C) De persoon gaat zich verzetten, is minder betrokken bij het werk en krijgt een houding van ‘het kan me niet schelen’. Hij luistert slecht, en schuift de schuld voor eigen fouten in andermans schoenen. Hij blijft vaker ziek thuis.

Uitputting

A) Iemand meldt zich ziek omdat hij niet meer wil en kan werken. Hij denkt erover om ontslag te nemen. Hij voelt zich schuldig ten opzichte van collega’s (die nu al het werk moeten overnemen) en is soms onverschillig over de werkgever. Algehele malaise en allerlei klachten zorgen dat iemand veel bij de huisarts over de vloer komt.
B) Herstel blijft uit. Het schuldgevoel neemt hierdoor toe. De persoon krijgt depressieve klachten en wil eigenlijk alleen nog maar slapen. Voor de vorm zal hij zich wellicht weer op zijn werk melden, maar snel daarna volgt onvermijdelijk een terugslag.
C) Iemand piekert veel over beroepskeuze, werkgever en eigen capaciteiten. Het tobben maakt de situatie er niet beter op. Hij weet niet goed wat hij moet met zijn leven. Hij is somber en depressief. Iemand kan in deze fase ook agressief worden of angststoornissen krijgen.

Verbetering en herstel

A) Iemand beseft dat hij uitgeput is. Hij gaat veel energie steken in het beter worden. Hij let goed op zijn eigen grenzen en probeert zich niet te forceren. Het gaat langzaam beter.
B) De persoon spreekt met de werkgever af wanneer hij weer gaat beginnen (eventueel met halve dagen). Soms beslissen mensen in dit stadium om een andere functie of werkgever te zoeken. De patiënt moet wel oppassen om niet overmoedig te worden door de prille verbetering.
C) Eenmaal weer aan de slag moet de persoon wennen aan een nieuwe werkwijze of nieuwe werkgever. Hij moet grenzen leren stellen, en dat is niet altijd even makkelijk. Voor een goede herstart is begrip van collega’s en managers essentieel.

De meeste mensen schrikken zo van een burnout dat ze wel oppassen dat het hen niet nog eens overkomt. Andere mensen lopen na een periode van herstel weer in dezelfde burnout-val omdat ze niks aan hun werkhouding en manier van denken hebben gedaan.

Hoe ontstaat een burnout?

Bij burnout spelen persoonlijkheid, de omstandigheden op het werk en het soort werk een belangrijke rol:

Persoonlijkheid

Mensen met een burnout zeggen graag ja en moeilijk nee. Ze hebben een groot plichtsbesef en strenge waarden en normen. Ze zijn ambitieus en gedreven. Vaak zijn ze ongeduldig, perfectionistisch en hebben ze moeite met het doorschuiven van werk naar collega’s. Ze kunnen moeilijk grenzen stellen, willen zich graag wáármaken en stellen hoge eisen aan zichzelf en anderen. Verder zijn ze (te) betrokken bij het werk, hebben soms persoonlijke problemen en moeite met het uiten van gevoelens.

Werkomstandigheden

Werkomstandigheden die een burnout uitlokken zijn een lange periode van te veel werk, weinig steun van collega’s of baas of conflicten op het werk. Soms is er een reorganisatie gaande die veel onzekerheid met zich meebrengt. En zowel te weinig inspraak als een te grote verantwoordelijkheid kunnen een rol spelen.

Werk

Mensen die in hun werk te maken hebben met patiënten, klanten of leerlingen raken vaker burnout dan anderen. Ook als mensen in hun werk geconfronteerd worden met problemen van mensen, agressie of emoties hebben ze meer kans om op te branden. Als iemand steeds dezelfde problemen tegenkomt in het werk of kampt met een moeilijk oplosbare kwestie loopt hij ook een groter risico. Verder kunnen taken net te hoog gegrepen zijn. Een grote tijdsdruk (bijvoorbeeld een baan met veel deadlines) kan iemand te veel worden.

Man-vrouwverschillen

Vrouwen ervaren meer druk dan mannen. Klanten zijn vaak lastiger tegen vrouwen dan tegen mannen en ze krijgen meer te maken met ongewenste intimiteiten. Verder hebben vrouwen het gevoel dat ze harder moeten werken dan mannen om serieus genomen te worden. En daar komt de dubbele taak bij die veel samenwonende vrouwen op zich nemen: werkneemster en ‘manager van het huishouden’.
Mannen krijgen vaker een burnout door gevaarlijke werksituaties, onregelmatige werktijden, hoge werkdruk en conflicten.

Hoe wordt burnout vastgesteld?

Een burnout wordt vastgesteld door een huisarts, bedrijfsarts of psycholoog. Als de arts vermoedt dat u een burnout hebt, zal hij naar uw werk vragen en waarschijnlijk bloedonderzoek laten doen om lichamelijke ziekten uit te sluiten. Verder gaat de arts na of u geen last hebt van een depressie, overspannenheid of het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME / CVS).

Behandeling van burnout

De behandeling van burnout is op de eerste plaats gericht op rust en ontspanning en het blootleggen van de oorzaak van de burnout. Verder zult u moeten werken aan verandering, want uitrusten is niet genoeg om van een burnout te genezen. Het veranderen van uw werkhouding, denkwijzen en eventueel uw werkomgeving is moeilijk. Het is verstandig om hulp te zoeken bij het veranderen. Dat kan bij/met:

  • uw huisarts. Hij kan u eventueel doorverwijzen (naar een psycholoog bijvoorbeeld) en als dat nodig is antidepressiva voorschrijven;
  • uw werkgever. Uw baas is verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden. Dat kan bijvoorbeeld ook betekenen dat hij een omscholingscursus voor u betaalt;
  • de bedrijfsarts. Via de arbodienst of arboarts kunt u trainingen volgen om beter om te gaan met werkstress. Voor deze trainingen kunt u ook terecht bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) bij u in de buurt;
  • een psycholoog. Met psychotherapie, assertiviteitsheidstraining en gedragstherapie leert u anders in het leven te staan en ‘nee’ te zeggen. U kunt hiervoor onder meer terecht bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg of een eerstelijnspsycholoog;
  • ontspannende technieken, zoals ademhalingstherapie en ontspanningsoefeningen (fysiotherapie, cesartherapie en Mensendieck therapie).
  • in burnout gespecialiseerde organisaties, te vinden via Stichting Kenniscentrum Werkbeleving.

Omgaan met burnout

Om een burnout te voorkómen of er bovenop te komen helpen de volgende stappen:

Waar loopt u tegenaan, op uw werk en privé?

Probeer met uw partner, een therapeut of een andere goede bekende te achterhalen waar de problemen hem precies in zitten. In uw werkhouding, de situatie op uw werk of de werkzaamheden? Erken ook de problemen in uw thuissituatie.

Aanpassen werksituatie

Ga met de bedrijfsarts of huisarts na hoe u de situatie op uw werk kunt aanpassen. Veel mensen moeten na een burnout leren grenzen te stellen, hun werkveld af te bakenen, nee te zeggen, om half zes naar huis te gaan. Vertel uw collega’s wat u is overkomen en waarom deze grenzen zo belangrijk voor u zijn.

Ontspanning en relativeren

Doe ontspannende dingen in uw vrije tijd. Zelfs als u moe bent! Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen of hardlopen. Zoek de ontspanning die u ook voor uw burnout al fijn vond. Relativeer uw werk en richt uw aandacht meer op uw leven buiten uw werk.

Veranderen van werkgever

Het kan ook zijn dat u in een heel verkeerd beroep bent gerold, of dat het de bedrijfscultuur is die u stress bezorgt. Dan is het goed om een andere baan te zoeken. Als u ander werk wilt omdat u het werk wat u doet niet meer aankunt, is uw werkgever verplicht om u daarbij te helpen. De hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanbieden van een omscholingscursus.

Hebt u een partner met een burnout? Dan is het belangrijk dat u uw partner vrijlaat. Oefen geen druk op hem uit, maar stimuleer hem om ontspannende dingen te doen, bijvoorbeeld samen wandelen of fietsen. En geef uw partner de gelegenheid om te praten.

Meer weten over burnout?

De laatste jaren is er steeds meer bekend geworden en geschreven over burnout:

Tekst: © 2ZW Informatiecentrum, 2005